Aanmelden
E-mail:

Wachtwoord:

Registreer
Wachtwoord vergeten?
Nieuwsbrief
Navigatie

Dwangstoornis


Algemeen

Ook gekend als: Obsessief-compulsieve stoornis, OCS

Wat is een dwangstoornis?

Welke zijn de oorzaken?

Wanneer dient u een arts te raadplegen?

Wat kunt u er zelf aan doen?

                           




Wat is dwangstoornis?

Een dwangstoornis is een psychische aandoening die behoort tot de angststoornissen. De medische term voor een dwangstoornis is obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Iemand met OCS heeft last van obsessies. Obsessies zijn gedachten, beelden en impulsen die steeds terugkomen. Bijvoorbeeld, de gedachte om:

  • besmet te raken, anderen te besmetten.
  • rampzalige fouten te maken.
  • anderen iets aan te doen.

Obsessies zorgen voor angst. Men voelt zich rusteloos, gespannen, nerveus. Als reactie op angst of onrust ontstaan er dwangmatige handelingen of gedachten. Deze handelingen of gedachten worden compulsies genoemd. Compulsies hebben vaak een vast patroon of verlopen volgens strikte regels die voor andere mensen moeilijk te begrijpen zijn. Bijvoorbeeld:

  • schoonmaken;
  • handen constant wassen;
  • steeds bepaalde trede van trap overslaan;
  • voortdurend controleren of kraan wel dicht is;
  • alles tellen;
  • in gedachten steeds dezelfde zinnetjes herhalen;
  • steeds geruststelling vragen;
  • altijd alles willen vertellen wat men denkt en voelt.

Men is bang dat er iets ‘erg’ zal gebeuren wanneer deze handelingen niet volgehouden worden.

Obsessies en compulsies hangen vaak sterk samen, maar dit hoeft niet steeds zo te zijn. Iemand kan ook last hebben van obsessies, zonder dat er toevlucht wordt gezocht in compulsies.

Typisch bij OCS is vermijdingsgedrag. Dwangmatige gedachten en/of gedragingen zijn ook een vorm van vermijdingsgedrag. Deze helpen om de angst af te weren, weg te duwen. Daarnaast vermijden mensen met OCS zoveel mogelijk de plaatsen of situaties die angst oproepen.

OCS kan goed behandeld worden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het aanpakken van vermijdingsgedrag. Behandeling kan bestaan uit cognitieve gedragstherapie en/of medicatie. Cognitieve gedragstherapie omvat:

  • cognitieve therapie (praten over angst, anders leren denken).
  • gedragstherapie (angstige situaties oefenen).

Daarnaast kunnen er nog aanvullende behandelingen overwogen worden, zoals bijvoorbeeld angstbeheersing, ontspanningstechnieken,… .

 


Welke zijn de oorzaken?

De precieze oorzaak is niet gekend.  Bepaalde factoren verhogen het risico op het krijgen van een dwangstoornis:

  • erfelijkheid;
  • opvoeding;
  • lichamelijk (neurologisch);
  • ingrijpende gebeurtenis;
  • persoonlijke eigenschappen;
  • persoonlijke situatie (geen werk, geen partner, laag inkomen,…);
  • … .
 


Wanneer dient u een arts te raadplegen?

Contacteer uw arts wanneer u zichzelf herkent in de kenmerken van OCS. De arts zal samen met u de mogelijke behandelingen bespreken en kan u doorverwijzen naar een psycholoog. In sommige gevallen kan medicatie voorgeschreven worden om angstgevoelens te verminderen.

 


Wat kunt u er zelf aan doen?

Laat u begeleiden door een psycholoog. Deze kan u helpen bij:

  • Het doorbreken van vermijdingsgedrag door angstige situaties te oefenen.
  • Het opsporen van gedachten die u angst aanjagen.
  • Het nagaan of uw gedachten wel kloppen.
  • Het formuleren van meer ‘realistische’ gedachten.
 
 Vraag steeds het advies van uw arts en/of apotheker!

Aanverwante ziektebeelden: Angststoornis, Paniekstoornis, Gegeneraliseerde angststoornis , Sociale angststoornis